Rosse vleermuis

Rosse vleermuis (© Dennis Heintz)

Rosse vleermuis (Nyctalus noctula)

Ecologie

De Rosse vleermuis is een grote vleermuis met lange smalle vleugels met een spanwijdte van 32 tot 40 cm. Alhoewel het een bewoner van oude bomen is, is het ook een soort van open waterrijk landschap. Rosse vleermuizen jagen hoog in de lucht ( 10 – 100 m), op relatief grote afstand van de bomenrijen en bosranden en veelal in voedselrijke gebieden boven water of moeras. Ze jagen

in een snelle rechtlijnige vlucht in lange banen met plotselinge duikvluchten en uitvallen. Direct na het uitvliegen jagen soms enkele dieren veel lager boven een open plek in het bos, langs een bosrand of boven beschutte waterpartijen of weilanden. Vooral in het najaar jagen ze graag bij straatlantaarns of boven een hel verlicht verkeersplein of kruising in de bebouwde kom. Ze vangen insecten met een snelle achtervolgings jacht uit de lucht.

Als voedsel zijn vooral vliegen en muggen, vlinders, kevers en schietmotten bekend. Uitgaande van de grootte van de Rosse vleermuis zelf, zijn het eigenlijk vaak opvallend kleine prooidieren. In de zomer worden ze in Neder1and voornamelijk in boomholtes (spechtengaten) gevonden. De groepsgroottes in Nederland variëren van 10 tot 125 dieren. De groepen leven vaak verdeeld

over een netwerk van meerdere verblijfplaatsen en verhuizen relatief vaak. Ze jagen tot op 20 á 30 km van de verblijfplaats. Alleen bij het uitvliegen worden soms stukjes door een laan of langs een bosrand gevlogen, maar vliegroutes lopen meestal lijnrecht naar het jachtgebied, onafhankelijk van bomenrijen en dergelijke. Roepende territoriale mannetjes en paarverblijven worden gevonden in boomholtes en minder in nest- en vleermuiskasten. Vaak liggen er grote groepen paar bomen of territoria in een klein gebied bijeen. Oude, soortenrijke loofbossen of stukken van een aftakelende laan in de buurt van waterpartijen kunnen zo grote clusters roepende rosse vleermuizen herbergen. Vaak liggen die clusters op vliegroutes tussen de verblijfplaatsen en jachtgebieden van de vrouwtjes. Ook als winterverblijf gebruiken rosse vleermuizen vooral boomholtes. In clusters van enkele tientallen tot vele honderden dieren overleven ze zelfs temperaturen onder nul. In milde winters worden ze ook in nestkasten gevonden. Ze gaan relatief laat – november – in winterslaap en zijn

geen stabiele slapers. Langere slaapperiodes worden bij mild weer steeds weer afgewisseld met actieve periodes waarin grote groepen dieren uitzwermen en soms andere verblijfplaatsen opzoeken.

De populaties uit Noord- en Noordoost-Europa trekken over grotere afstanden (1000 – 1500 km), maar in Nederland en Midden-Duitsland is de Rosse vleermuis waarschijnlijk vooral een stand soort. Bron:

Verspreiding

De Rosse vleermuis is plaatselijk algemeen in Nederland met het zwaartepunt van zijn voorkomen in voedsel- en waterrijke gebieden in Midden- , Oost- en Noord-Nederland. In Zuid-Holland is de soort beperkt tot het landgoedrijke binnenduingebied. Foeragerende dieren kunnen bij goede weersomstandigheden echter tientallen kilometers van de kolonieplaatsen worden waargenomen. Dit geldt echter vooral voor waterrijke gebieden. bSR-rapport 15.