Meervleermuis

Meervleermuis (© Bart Noort)
Meervleermuis (© Bart Noort)

Meervleermuis (Mvotis dasvcneme)

Ecologie

De Meervleermuis is een tamelijk forse vleermuis met vrij lange, relatief lange en smalle vleugels met een spanwijdte van 20 tot 32 cm. Het is bij uitstek een soort open gebieden met plassen, kanalen en brede vaarten. Ze jagen bij voorkeur boven wateren van meer dan 10 meter breed. Net als de watervleermuis vangt ze prooien uit de lucht of van het wateroppervlak. De vlucht is sneller en rechtlijniger dan die van de Watervleermuis. Ze eten insekten die van het wateroppervlak of vlak boven het oppervlak worden geschept. Net als bij de watervleermuizen worden de prooien met de grote achterpoten van het water geharkt. Boven de oevers en langs vegetatie worden ook insecten uit de lucht gevangen. De (kraam)kolonies in de zomer zijn alleen bekend van gebouwen. Kolonies zijn bekend van spouwmuren, kerkzolders, achter daklijsten, onder dakbedekking. In het buitenland zijn ook enkele kolonies bekend in bomen. De vleermuizen kunnen grote afstanden afleggen tussen zomer- en winterkwartieren. Geringde dieren uit Friesland en Noord-Holland zijn teruggevonden in de mergelgroeven van Zuid-Limburg en in midden-Duitsland.

Als winterverblijf worden vooral ondergrondse ruimten, zoals kalksteengroeven, oude steenfabrieken, bunkers, forten, vestingwerken en ijskelders gebruikt. Grotere aantallen overwinteraars zijn alleen bekend van de duinstreek bij Wassenaar en in Zuid-Limburg.

Verspreiding

De Meervleermuis is in Nederland een vrij algemene soort, die vooral voorkomt in west- en noord-Nederland. In Zuid-Holland is de soort vooral te vinden in het noordoosten van de provincie, waar veel plassengebieden en brede wateren aanwezig zijn. In de rest van de wereld is ze zeer zeldzaam! Bron: bSR-rapport 156